|
Hier volgt het verslag zoals deze is gepubliceerd door
de stichting consument en veiligheid op het internet. |
|
Organisatie van veiligheid skibanen in Nederland voor verbetering
vatbaar |
|
In opdracht van het ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft Consument en Veiligheid
begin 2004 een onderzoek uitgevoerd naar de veiligheid van skibanen in Nederland. Doel
van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de letselproblematiek
en in hoeverre er een draagvlak is bij baaneigenaren om maatregelen te
nemen die de veiligheid verbeteren. In Nederland zijn 7 sneeuwbanen en
58 kunstskibanen, die zijn onderverdeeld in 40 indoor- of rolbanen en 18
outdoor- of mattenbanen.
|
|
Ongevallen op skibanen. |
|
In de periode 1998-2002 zijn jaarlijks gemiddeld 3.700 skiërs in
Nederland op een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis
behandeld, waarvan driekwart na een ongeval tijdens skiën en een kwart
tijdens snowboarden. In elk geval 1.000 van deze ongevallen zijn in het
buitenland gebeurd. Van de overige 2.700 ongevallen is aan te nemen dat
het letsel is ontstaan op een skibaan in Nederland.
Van de letsels bij skiongevallen is 20 procent een fractuur. Bij het
snowboarden is dit 28 procent.
Als bronnen zijn het Letsel Informatie Systeem van Consument en
Veiligheid, buitenlandse ongevalstatistieken (www.bfu.ch, www.mdem.org,
www.ski-injury.com) en ongevalregistraties van een aantal skibanen
gebruikt.
|
|
Organisatie van veiligheid vatbaar voor verbetering |
|
Om meer inzicht te krijgen in de organisatie van de veiligheid zijn in
het onderzoek 9 eigenaren/beheerders geïnterviewd. Alle geïnterviewden
vinden veiligheid een belangrijk thema.
Bij de opstelling en uitvoering van een veiligheidsbeleid zoeken de
baanhouders zelf hun weg, wat er toe leidt dat de inhoud en wijze waarop
aan veiligheid wordt gedaan per skibaan sterk varieert.
Dit wordt in de hand gewerkt doordat de
skibanen in Nederland nauwelijks zijn georganiseerd.
De Bond Indoor Skischolen (BIS) kent
±
15 aangesloten leden. De overige skibanen werken op zichzelf, vinden
zelf het wiel uit en kunnen niet terugvallen op veiligheidsrichtlijnen
die gelden voor alle skibanen.
In het onderzoek moet bijvoorbeeld worden geconstateerd dat de
beheerders vrijwel onbekend zijn met wetgeving, keuring en onderhoud van
de skiliften.
De veiligheidsmaatregelen die het minst
worden toegepast zijn de risico-inventarisatie en -evaluatie, het
ontruimingsplan en de bedrijfshulpverlening.
Dit is opvallend, omdat juist deze
maatregelen volgens de Arbo-wet verplicht zijn. Sommige skibanen zoeken
incidenteel wel naar deskundig advies en hulp, bijvoorbeeld bij het
opzetten van een ontruimingsplan. |
|
Knelpunten |
|
De belangrijkste knelpunten waar skibanen op het gebied van veiligheid
en letselpreventie mee te maken hebben, zijn:
-
Gedrag van de beoefenaren:
onervarenheid, eigenwijs en overschatting van eigen kunnen.
-
Deskundigheid van baanhouders en
personeel om hier mee om te gaan.
- Gemis van een structurele aanpak
van de veiligheid (bijvoorbeeld de brandveiligheid van de
accommodatie) die is verankerd in het beleid van de organisatie.
|
-
De aandacht voor veiligheid kan bij de
skibanen in Nederland beter worden georganiseerd en met elkaar
worden afgestemd.
-
De meeste baanhouders zijn voorzichtig
positief over een instrument waarmee de veiligheid kan worden
gemanaged, zoals bijvoorbeeld reeds gebeurt voor de verbetering van
de veiligheid van maneges.
-
Men is bereid te investeren in tijd en
deskundigheid, maar ziet op tegen de administratieve rompslomp en
financiële consequenties. Vooral dit laatste zorgt er voor dat er
weinig draagvlak is bij de skibanen om gezamenlijk en op vrijwillige
basis te investeren in een eenduidige structurele aanpak van de
veiligheid van de accommodaties.
|
|
Commentaar |
|
Knelpunten
-
Jammer dat er geen
onderscheid is gemaakt bij de resultaten tussen de verschillende
soorten skibanen. Nu worden alle banen over één kam geschoren. Uit
het onderzoek blijkt dat op de buitenbanen veel skiërs en op de
sneeuwbanen veel snowboarders blessures oplopen. Van blessures op de
indoorskibanen is niets vermeld.
-
De belangrijkste
knelpunten hebben vooral betrekking op de sneeuwbanen en in mindere
maten op de buitenbanen. Voor de indoorbanen geldt dit in het geheel
niet.
|
|
Jammer
dat de BIS zich zo negatief uitlaat over de collegae indoorskibanen. Op
alle indoorbanen wordt volgens de methode van de NSkiV/BIS lesgegeven.
Portes Du Ski te Ridderkerk is de enige skibaan welke op zijn site
bekend heeft gemaakt niet volgens deze methode les te geven.
Van
de ±
40 indoorbanen zijn er slechts ±15 lid van deze organisatie.
Hier
zou een taak voor deze organisatie liggen om alle indoorbanen bij elkaar
te krijgen.
Helaas
staat het huishoudelijkreglement van de BIS dat, om lid
te zijn van deze organisatie moet er o.a. op tapijt of id. geskied
worden.
Het zou
juist een goede zaak zijn om van elkaars expertise (kennis ondergrond en
leermethode) gebruik te maken en zo de
veiligheid op de banen te verhogen.
|
|
Het is een globaal
verkennend onderzoek geweest .
Maar het dwingt de baaneigenaren
wel om eens de ogen te openen en voor de genoemde punten, aandacht te
hebben.
Het Skikeur van de NSkiV heeft hierbij de plank volledig
misgeslagen. Want banen welke zo'n keurmerk hebben komen er nu niet
beter vanaf.
Veel sneeuwbanen bezitten
zelfs zo'n keurmerk, een andere aanpak lijkt me
hier zeker op zijn plaats. |
|
Hoe een aspect van de veiligheid
op de banen te verhogen is, is te lezen bij
veiligheid. |